Site.
Home
Reactiebox Tip

Verhalen.
Karper Spullen
Mijn vissers ziel
A Sabbatical year
Een Wetenschappelijk Bewezen Feit.
Karper malaise tot polonaise
1e Sessie op mijn thuiswater
Het Pinksterweekend
Hallo ik wil mij even voorstellen
Vakantie 2000
Mijn spiegel
Een onverwachte opgedwongen stek
Memoires of a carpfisher
Frankrijk.
Belofte maakt schuld
Onze vistrip in mei '98 naar Frankrijk
Vissen op Lac du Der
De French Connection
Lac de la Mouche
Techniek.
Wondermiddel of toeval?
Over hair en riglengtes
Penvissen op karper
De behandeling van een karper
Line Aligner
Gedrag & Aasgedrag
Voer attributen
Doe eens iets anders!
Uitleg rigs
Stiff rigs
Aas.
Overeenkomsten tussen mengvoer en boilie.
Aas
Boilie-recepten
Bereiding van boilies en Recepten
Boilieingrediënten
Biologie.
Karperziekte
Een karper is een gewoontedier, die zijn verplaatsings- en aastijden meestal volgens een vast patroon laat verlopen. Soms kun je er een klok op gelijk zetten. Maar niets is zeker binnen de karpervisserij en door een bijv. een weersomslag of een grote hengeldruk (dressur) kan dit patroon (tijdelijk) veranderen.

Voedsel.

Een karper is een echte alleseter, die zowel plantaardig als dierlijk voedsel tot zich neemt. Het menu van de karper hangt vooral af van het (makkelijkst) beschikbare voedsel in z'n omgeving en de voedingswaarde oftewel het nut daarvan. Allerlei larven, slakjes, mosselen, kreeften, ja zelfs kleine visjes worden soms gegeten.

In het algemeen kan worden gesteld; hoe warmer het water hoe meer een karper eet. Dit hangt samen met de sneller verlopende stofwisseling. Boven een watertemperatuur van 20 graden Celsius, verloopt de vertering twee keer zo snel als bij een watertemperatuur van 10 graden Celsius. Wanneer het water echter te warm wordt, ontstaat er vaak zuurstofgebrek wat de eetlust niet ten goede komt.

Karpers zijn over het algemeen vrij gemakkelijk aan onnatuurlijk voedsel te wennen. Enkele dagen voeren met wat particles en/of boilies volstaat meestal al om succes te boeken. Op dun bezette wateren, met een overvloed aan natuurlijk voedsel kan het echter ook zeer lang duren voordat de karpers van hun natuurlijke dieet afstappen. Dit zijn meestal zwaar begroeide wateren met een modder- of kleibodem, waar de karper voornamelijk aast op allerlei larven.

Aasplekken.

Het vinden van karpers, vooral azende, is een eerste vereiste voor het vangen van een karper. Een gegeven dat veel (beginnende) karpervissers vergeten. Beter een uur vissen op een goede plek dan tien op een plek waar geen karper zit! De beste aassoorten en 'rigs' zullen onaangeroerd blijven, wanneer de vissen niet op de stek aanwezig zijn.

Een geoefend oog ziet de tekenen van actieve karpers al op grote afstand. Het duidelijkst zijn springende of rollende karpers, maar ook modderwolen, bellenplakkaten en wellingen in de kant duiden op azende, dus vangbare karpers. Maar niet altijd zijn er zulke tekenen te zien en moet je afgaan op je kennis van het water en weten waar de karper van nature graag aast.

Een karper is van nature een echte kantvis en daar is ook vaak het nodige voedsel te vinden, vooral op de grens van ondiep naar dieper water. Overhangende struiken, waterplanten, bruggen, duikers, eilanden, sluizen e.d. zijn goed zichtbare plekken waar de karpers graag komen. Maar ook onder water, en dus niet met het blote oog waarneembaar, liggen vele aanwijzingen waar we karpers kunnen verwachten.

Kennis van de structuur van de bodem kan, met name op grotere wateren, het verschil betekenen tussen vangen en niet vangen. Karpers zijn vaak op of langs een talud, een (steile) overgang van ondiep naar diep water te vinden. Ook verhogingen, plateaus, en harde stukken in een modderbodem trekken karper aan. Zorgvuldig peilen, al dan niet met behulp van een 'fishfinder', is altijd van groot belang.

De wind speelt met een frote rol waar karpers zich ophouden, vooral op grotere wateren. De kant waar de wind opstaat is meestal de kant waar je de karpes kunt verwachten, zeker wanneer de wind uit de zuid -tot westhoek waait. Waait de wind uit de nood -tot oosthoek, dan is vooral in de winter en het voorjaar de luwe (warme) kant beter.

Aastijden

Karpers kunnen op elk moment van de dag azen, afhankelijk van de omstandigheden, soort weer, jaargetijde en bijv. hengeldruk. Over het algemeen zijn de avond, nacht en vooral de vroege ochtenduren favoriet. Dus wanneer het het rustigst is aan de waterkant. Karpers azen niet het klokje rond, maar slechts een paar uur per dag al dan niet verdeeld over meerdere (korte)aasperioden.

Toch zijn er ook wateren waar de karper vrijwel uitsluitend overdag aast. Met name in polders en weinig of niet beviste zandafgravingen aast de karper vaak pas tegen het einde van de ochtend, wanneer de eerste zonnestralen het water voldoende hebben opgewarmd.

Jaargetijden.

Het aasgedrag van karpers wordt sterk beinvloed door de verschillende jaargetijden. Niet alleen bepaalt dit de mate van voedselopname maar ook waar de karper zich op dat moment het liefste ophouden.

Voorjaar

Wanneer eind februari de dagen merkbaar beginnen te lengen en de zon weer een beetje aan kracht wint, wordt de karper ook weer actiever. Hij zoekt dan al gauw de wat ondiepere plekken op die door de zonnestralen het eerst opgewarmd worden en begint z'n trek naar de paaiplaatsen zodra de watertemperatuur daar aanleiding toe geeft.

Na de winter moeten de karpers hun uitgeteerde vetreserves weer aanvullen voor de paai en zijn dan vaak goed vangbaar. Vooral particles en koolhydraatrijke boilies doen het dan goed. Karpers blijven in deze tijd doorgaans vrij lang in de buurt van de paaigebieden, wachtend totdat het ondiepe water voldoende is opgewarmd. Ook vlak na de paai zijn de karpers vak erg hongerig maar verlaten de paaiplaatsen over het algemeen snel.

Zomer.

De vroege zomer is vaak een periode dat karpers goed te vangen zijn. Er is nog niet zoveel natuurlijk voedsel in het water en de karpers zijn hongerig na de paai. In juli en vooral augustus is daarentegen een overvloed aan natuurlijk voedsel, waardoor de karpers moeilijk vangbaar kunnen zijn. Struinend, actief vissen levert vaak de meeste karpers dan op.

Najaar.

September en october zijn mischien wel de beste karpermaanden. De watertemperatuur zakt langzaam, wind, buien en meer zuurstof zorgen ervoor dat de karper actief wordt en op zoek naar voedsel gaat om zich voor te bereiden op de winter.

Het najaar is de geschikste tijd voor voercompagnes, omdat in dit jaargetijde beter te voorspellen is waar de karper zich ophoudt en bovendien hongerig is. Wanneer de eerste nachtvorsten uitblijven kunnen er tot eind november, begin december megavangsten worden geboekt.

Winter.

Het aasgedrag van karpers in de winter hangt erg af van de soort winter. Bij een strenge winter zal een karper weinig bewegen om zo min mogelijk energie te verspillen en slechts mondjesmaat voedsel tot zich nemen. In een zogenaamde kwakkelwinter echter zijn karpers veel actiever, zeker op wateren met een dichte bezetting en een gering, natuurlijk voedselaanbod.

In de winter hebben karpers korte, zeer bepaalde aastijden, meestal net na de middag of vreemd genoeg midden in de nacht! Goede winterstekken zijn overhangende struiken, bruggen, duikers en jachthavens. Lang niet altijd zijn de diepste plekken de beste. Wanneer je eenmaal een winterverblijfplaatse en de aastijd(en) gevonden hebt, kun je door weinig maar regelmatig te voeren meerdere winterkarpers vangen.