Site.
Home
Reactiebox Tip

Verhalen.
Karper Spullen
Mijn vissers ziel
A Sabbatical year
Een Wetenschappelijk Bewezen Feit.
Karper malaise tot polonaise
1e Sessie op mijn thuiswater
Het Pinksterweekend
Hallo ik wil mij even voorstellen
Vakantie 2000
Mijn spiegel
Een onverwachte opgedwongen stek
Memoires of a carpfisher
Frankrijk.
Belofte maakt schuld
Onze vistrip in mei '98 naar Frankrijk
Vissen op Lac du Der
De French Connection
Lac de la Mouche
Techniek.
Wondermiddel of toeval?
Over hair en riglengtes
Penvissen op karper
De behandeling van een karper
Line Aligner
Gedrag & Aasgedrag
Voer attributen
Doe eens iets anders!
Uitleg rigs
Stiff rigs
Aas.
Overeenkomsten tussen mengvoer en boilie.
Aas
Boilie-recepten
Bereiding van boilies en Recepten
Boilieingrediënten
Biologie.
Karperziekte
Een Franse vriend en karpervisser heeft mij in het verleden eens gevraagd om mijn ontdekkingen en ervaringen omtrent het karpervissen in de winter eens op papier te zetten. Wanneer er een goed verhaal van te maken was dan zou hij dit verhaal publiceren in het boek dat hij aan het schrijven was om aan het boek een meer Europees tintje te geven. Dit is inmiddels een paar jaar geleden naar volle tevredenheid van ons beide gebeurd. Het verhaal waar het hele gebeuren om draait, speelt zich af omstreeks november 1989 tot februari 1990.

Dat ik in dit jaargetijde normaliter weinig ging vissen en daardoor weer te veel uren voor de TV doorbracht behoeft weinig uitleg, want volgens de karperspecialisten en studiegroepaanhangers was de karper dit jaargetijde passief en daarom niet te vangen!!

Omdat ik echter van boerenafkomst ben en temidden van de natuur ben opgegroeid, kon het idee dat karpers vier maanden konden overwinteren zonder van tijd tot tijd te foerageren er bij mij niet in. Zeker in een rivier met sterk wisselende stromingen zal een karper het niet overleven wanneer hij niet regelmatig wat te vreten vind, want de sterke stromingen zullen een te grote aanslag kunnen blijken op zijn vetreserves.

Het foerageren zal volgens mij in een stromende rivier veel vaker voorkomen dan in stilstaand water. Omdat de stroming voor een groter energieverbruik zorgdraagt, zal de karper sneller naar voedsel gaan zoeken om de reeds aangesproken reserves weer aan te vullen. Meer en meer ging ik in deze theorie geloven. Ook dit najaar van 1989 kreeg ik steeds meer ideeën omtrent bovenstaande theorie en het uitproberen van nieuwe dingen kon niet uitblijven.De drang om wat nieuws te proberen was geboren en het ongedurige gedrag van mij riep om actie. Dit alles werd gevolgd door veel experimenteren aan de waterkant, en nam het hoongelach en gegniffel van de specialisten en collega-karperaars op de koop toe.

Volgens de studiegroepaanhangers maakte ik geen schijn van kans, het was tenslotte hartje winter. Doch heren het kan verkeren, wat jullie niet hebben zullen jullie ook niet missen, [inventiviteit] of de drang om zelf eens iets nieuws te proberen en te experimenteren, met een gerede kans om dan voor boer en achterlijkte worden uitgemaakt, tot er resultaten komen, want dan word je massaal gekopieerd en willen de collega-vissers van alles weten.

Maar wat betreft het idee en de theorie; aan de slag ermee.

Winterkarperen op een Nederlandse rivier.

De ervaringen en ontwikkelingen van Henk en Jan.

Zoals meestal aan het begin van de winter, liepen ook in December 1989 de vangsten sterk terug, met als gevolg een oeverloos gediscussieer en gefilosofeer tussen Jan en mij over de eventuele oorzaak van deze terugval in vangsten. En als de oorzaak al bekend was, konden wij daar dan invloed op uitoefenen? Op avonden as deze worden vaak verschillende ideeën geboren, maar meestal niet uitgeprobeerd. Zo echter niet deze winter, want we hadden in het verleden wel eens artikelen gelezen over het feedervissen en de ontwikkelingen in deze hengelsportvorm spraken mij zeker wel aan. Deze vorm van de vissen zou toch ook toegepast kunnen worden in de karpervisserij, eventueel enigszins aangepast aan de situatie en omgeving? Vanaf begin November liepen de vangsten in de plaatselijke zandgaten sterk terug, voor mij een reden om het eens in een kleine rivier te gaan proberen. Deze rivier bevindt zich op 15 km afstand dus zeer geschikt voor regelmatige en kortere sessies. In deze periode viste ik alleen met trouvit boilies en niet in het minst op aanraden van Jan, en dan vanwege de zeer goede ervaringen die hij ermee had opgedaan. Met de goede ervaringen van Jan in het achterhoofd zou ik het voorlopig op trouvit-boilies houden, en waarom zou ik het wiel opnieuw uitvinden want trouvit word immers als voer gebruikt in karper en forellenkwekerijen.

Wat ik echter waarnam in deze laatste vis weken van 1989 waren de sterk wisselende stromingen van de rivier gepaard gaande aan de verschillende periodes van onstuimig weer met veel regen en de periodes met droog en rustig herfstweer. De laatste weken had het veel geregend en de stroming nam gestaag toe. Wanneer de karper zich in deze stroming staande moest houden dan zou deze veel energie verbruiken en al doende zijn reserves al fors moeten aanspreken. Toch zal de karper wel moeten zwemmen om op zijn plek te blijven wil hij niet meegevoerd worden naar een misschien nog ongunstigere plaats in de rivier met nog hardere stromingen. Wat volgens mij betekent dat deze karpers zullen gaan foerageren in periodes dat de omstandigheden rustiger worden en de stroming minder sterk is. Het natuurlijk voedselaanbod is echter minimaal, maar de drang om de aangesproken reserves aan te vullen is op deze rustigere dagen wel degelijk aanwezig. Met deze theorie in het achterhoofd ben ik op zoek gegaan naar een stek waar ik redelijkerwijs wel karper kon verwachten. De stek werd een brug met veel palen onder de brede betonnen peilers. De karper vind hier ongetwijfeld beschutting in deze rimboe van palen en peilers en in de slijtkuilen in de bodem.

Kortom de ideale karper-rimboewinterstek. Ik ging vissen volgens het feederprincipe, maar dan wel fors aangepast aan de omstandigheden en omdat ik altijd met trouvit-boilies viste, zou ik ook met trouvit moeten voeren. Omdat voeren in stromend water op gebruikelijke wijze niet veel nut zou hebben, ging het mij niet zozeer om het voeren maar meer om het werken met een geurspoor. Dit trouvit-geurspoor zou de karpers moeten lokken tot bij een trouvit pop-up boilie. Vanwege deze lokkende werking noem ik het ook lokdoosjes i.p.v.voerdoosjes. Uit ervaring weet ik inmiddels dat de aasbereidheid hoger word wanneer een sterkere stroming gaat afnemen en helemaal wanneer de watertemperatuur ook nog eens daalt van 8 naar 4 ½ graad Celsius, onder de 4 ½ graad is het over en sluiten wat aanbeten betreft.

Het volgende gebeurde: ik ben naar de fotografiezaak gegaan om lege foto doosjes te halen. Deze doosjes heb ik vervolgens 12 keer met een 4 mm boor rondom geperforeerd. Daarna nog 1x centraal in de bodem en 1x centraal in de deksel. Door deze centrale gaten kunnen ze gemakkelijk op een tube lood worden gemonteerd mits het lood niet te zwaar is. Ik ben begonnen met 50 gram lood. Dit doosje zou fungeren als lokdoos en mocht alleen een trouvit sausje bevatten zodat ik niet met korrels of boilies hoefde te voeren, want twee handen trouvit korrels no. 4 of boilies creëren in de stroming een veel te grote voerplek. De karpers kunnen hierdoor net die ene boilie moeilijker vinden. Het voordeel van een lokdoosje is dat de karper door het vloeibare geurspoor juist naar die ene boilie toegetrokken wordt De trouvit korrels no. 4 moeten dan echter 6 uur in de week worden gezet om ze traag vloeibaar te maken. Droge korrels lossen namelijk niet op maar zetten zich door vocht opname muurvast in het doosje. Aan deze trouvitsaus voeg ik nog wat koffiemelk en plantaardige olie toe om te bereiken dat dit sausje actiever wordt. De stroming in de rivier zal dit sausje in de vorm van een spoor meevoeren onder de brug door. Met deze montage moest het wel lukken en vol goede moed werd het nieuwe jaar tegemoet. Mede omdat ik een meer winterharde visser ben dan Jan was ik genoodzaakt de nieuwe montage alleen uit te testen.

1e visdag

De eerste test volgde op 06-01-1990.

Om 08.00 uur werden de montages vanaf de brug behoedzaam ingelegd om een zo goed mogelijke positie vast tegen de palen te bereiken. Hierbij plaatste ik eerst de hengels op de steunen, vervolgens liep ik de lijn uit over de brug. Tenslotte liet ik de montage met de hand langzaam zakken om verstoring te voorkomen. Daarna werden de lijnen pas voorzichtig strak gedraaiden de eerste aanbeet volgde al snel. Direct daarop werd de haak gezet waarna er stevig en hard werd gedrild om de karper uit de gevarenzone te krijgen, de eerste vis van het jaar werd genet na een half uur vissen. Nog maar amper bekomen van de gebeurtenis, volgde een aanbeet op de andere hengel. De reactie van mijn kant kwam te laat en de vis werd verspeeld in de rimboe van palen en peilers. Hierna heb ik weer beide lijnen uitgelopen en vanaf de brug op de goede plek laten zakken. Dit resulteerde in een nieuwe aanbeet na circa 30 minuten, weer werd de vis verspeeld aan de palen.

2e visdag

Zondagmorgen 07-01-1990.

Omdat ik twee vissen had verspeeld door een te late reactie, werden de vastloodmontages de avond tevoren nog verwisseld voor vrijloodmontages, immers bij vastloodmontages ziet men de beet pas als de vis zich gehaakt heeft en de vlucht richting obstakels reeds is ingezet. Het voordeel van vrijlood is, mits men zo licht vist als de stroming toelaat, men het verloop van de beet kan volgen en op het juiste moment de haak te zetten, en al doende meester over de situatie te blijven.

Om 8.00 uur werden de montages weer uitgelopen om ze vanaf de brug te laten zakken. Deze keer werden de wakers zeer licht afgesteld om het effect van het vrijlood niet te elimineren. Het eerste tikje volgde al spoedig en de waker werd circa 5 cm omhoog getrokken. Omdat er hierna niets gebeurde, werd de lijn met de hand weer terug gehaald tot de waker weer in zijn oorspronkelijke positie hingNa deze ac. tie volgde de aanbeet binnen 10 seconden, en onmiddellijk werd de haak gezet nog voordat de waker het hoogste punt had bereikt Deze vis werd kort en heftig gedrild vanwege de obstakels en ditmaal met succes! Hierna volgden nog eens drie aanbeten waarvan er twee werden gevangen en 1 verspeeld.

3e visdag

Zondagmorgen 14-0

1-1990

De derde test, want de montages waren wederom licht gewijzigd:

1. lichter lood: 40 gr. voor minder weerstand;

2. kortere onderlijn 15 cm: korter op de lokdoos;

3. kleinere wartel: voor minder weerstand;

4. kortere tubes: ook voor minder weerstand;

5. grotere en dikkere haak: om uitscheuren te voorkomen door het hardere drillen.

Het resultaat van deze test laat zich raden, Na amper 3 uur vissen had ik er weer 3 gevangen en toch ook nu weer 2 verspeeld. Het laatste uur heb ik geen beet meer gezien, wat ik wijt aan de laatste twee beten die ik verspeelde. Niet slecht; 5 aanbeten in twee uur tijd, midden in de winter nog wel. Nadat ik de gebeurtenissen van deze en vorige dagen in geuren en kleuren aan Jan verteld had, was er niet veel voor nodig om hem over te halen het ook eens te proberen,; MORGEN dus.

4e visdag

Maandag 15-01-1990

Om08.00 uur war

en we nu met z, n tweeen op de stek.

Ik viste op de beproefde methode en Jan zonder de lokdoosjes maar wel met vrij lood.

Ook volgens Jan stond vastlood op deze stek gelijk aan zelfmoord voor de montages.

Jan zonder lokdoosjes om eventuele verschillen waar te nemen en zodoende de werking van de lokdoosjes te bevestigen.

Het was veel te krap op de stek voor twee personen en vier hengels, maar toch zeker wel zo gezellig. Met een beetje inschuiven en organiseren lukte het toch om met vier hengels vanaf deze kant onder de brug te vissen. Elk gewapend met een thermoskan hete koffie zouden wij deze ochtend wel goed doorkomen. De moeilijkheden bij deze gezelligheid en veel koffie openbaren zich dan pas bij een onverhoedse aanbeet. De koffiemokken vielen op de grond en de thermoskannen werden ondersteboven gelopen waardoor er uiteindelijk meer koffie in de rivier belandde dan in onze magen. Het vissen verliep dus nogal hectisch en niet alleen door het zevental aanbeten, maar meer door het gebrek aan ruimte. Doch deze problemen namen we voor zoete koek en we konden de lol niet op.

Deze morgen had ik met de lokdoosjes 6 aanbeten in 4 uur vissen. Jan kreeg 1 aanbeet op de montages zonder de lokdoosjes, welke resulteerde in een plaatje van een schubkarper van 19 pond. Dit plaatje presteerde het wel om de overige drie lijnen mee te pakken en al doende ons gezamenlijke vistuig te veranderen in een pracht van een puinhoop. Zelfs de gigantische wanorde had in deze situatie zo zijn eigen charmes.

Na het hele gebeuren te hebben aanschouwd, kwamen Jan en ik tot de conclusie dat de verschillen in aantal aan

beten te groot waren om nog van toeval te kunnen spreken. Na deze enerverende ochtend waren we wel overtuigd van de succesvolle werking der lokdoosjes, want ik had 6 aanbeten tegen Jan 1 aanbeet. Ook Jan was nu overtuigd en ging onmiddellijk na het vissen nog even bij de fotozaak langs om alle lege fotodoosjes mee te nemen, zodat ik de volgende morgen flink achter het net viste.

Na deze ochtend werd Jan toch ook wel een beetje een wintervisser, en we hebben nadien nog vele malen met de stretchers tegen elkaar onder 1 paraplu op een veel te krappe stek al filosoferend zitten vissen en vooral voor de tijd van het jaar veel gevangen. Dat het laatste dan weer ten koste ging van onze zo dierbare koffie namen we allang voor lief.

waarnemingen

Wanneer een hengel, voorzien van een vrijloodmontage en een lichte waker dan een kleine tik kreeg gebeurde er soms niets meer.

Deze kleine aanbeet kreeg dan pas een vervolg wanneer ik met de hand de hele montage weer terug had gebracht in zijn oorspronkelijke positie, de aanbeet volgde in vele gevallen dan binnen 20 seconden, vermoedelijk omdat de pop-up in beweging kwam en de karper beducht voor voedsel concurrentie meteen toehapte.

Jan en ik werden veelvuldig gekopieerd doch met meer en minder succes. Vooral minder vanwege verkeerde montages [vastlood] en de benadering van het geheel [trouvit te droog, onderlijnen fout, haken te klein, enz]. Tegenwoordig zie ik nog maar een enkeling met de lokdoosjes vissen, deze vissers weten echter wel de voordelen van de lokdoosjes op stromend water te benutten. Voor anderen was het waarschijnlijk een te grote opgave om zich in de werking van het idee te verdiepen en de voordelen eruit te halen.

Overzicht en vangsten in januari 1990

Datum Weer Temp Aassoort Uren Tot uren vangst Tot vangst versp Opmerkingen
06-1-90 Motregen
Wind;zw 2
5 Trouvit-
Pop-up
4 4 1 1 2 --
07-1-90

Zw-bewolkt
Droog w 4

6 Trouvit-
Pop-up

4

8

3

4

1

--

14-1-90

Motregen
Zw 2/3

7 Trouvit-
Pop-up

5

13

3

7

2

--

15-1-90

Z bew
droog
W 3

9 Trouvit-
Pop-up

4

17

3

10

3

Jan 1 schub van 19 pond

21-1-90

Licht bew Droog +zon

14 Trouvit-
Pop-up

4

21

2

12

1

--

28-1-90

Stormbuien
W 7/8

7
Trouvit-
Pop-up

4

25

0

12

0

Oorzaak : W 7/8 + andere stek

29-1-90

Zon-droog
Zw4

10 Trouvit-
Pop-up

5

30

3

15

0

--

31-1-90

Zon-droog
Z 3-4

10 Trouvit-
Pop-up

5

35

1

16

2

--

02-2-90

Buien
ZW 3-4

9 Trouvit-
Pop-up

3,5

38,5

2

18

2

--

05-2-90

Zon-droog
Zw 2-3

12 Trouvit-
Pop-up

3,5

42

1

19

2

--

09-2-90

Renske geboren

-- -- --

--

-- -- -- --

Aassoort: Trouvit pop up boilie:
eiwit 26 – 30 %
vet 16 –18 %
koolhydraten 58 – 52 %

% eiwit = afhankelijk van het jaargetijde:
December en Januari : 26 %
Februari : 28 %
Maart: 30 %

Vanaf maart stel ik de eiwitnorm op 37% minus aantal graden watertemperatuur in % eiwit.
37% norm watertemp[20 gr C] = 17% eiwit. In water van 10 graden vis ik met 27% eiwit.

Bovenstaand overzicht toont aan dat er in de wintermaanden wel degelijk karper te vangen is, mits men zelf bereid is om het koudere weer te trotseren. Het onderzoeken en uittesten van de verschillende mogelijkheden loont zeker de moeite, vooral in de mindere periodes van een seizoen.

De boilies welke ik gebruik bevatten [afhankelijk van de watertemperatuur] 26 - 30 % eiwit.
Bovendien bevat trouvit veel lichaamseigen eiwitten, wat weer gunstig is voor de netto energie benutting.

Verder hou ik rekening met de verteerbaarheid van de boilies, door voldoende vezels, vitamines en waar mogelijk enzymen toe te voegen [mossel extract en garnalenmeel], een karperlichaam maakt geen voor de vertering benodigde enzymen aan, maar betrekt deze enzymen hoofdzakelijk uit week en schaaldieren.[ofwel het natuurlijk voedsel aanbod], vanwege het gebrek aan deze voedsel of [enzymen] bron in dit jaargetijde probeer ik het gebrek aan deze tekorten weer aan te vullen, voor een betere vertering.

Henk ter Maat , Ziepseweg 104 , 6941 BA , Didam.

Tel ; 0316-224178