04-02-02 Jochem Overdijk, Blok 2.3

Op de vraag van Martijn of ik mee wilde schrijven in de RL werd ik overmeesterd door een tweestrijdig gevoel. Enerzijds was en ben ik erg enthousiast geworden over de stukken van de andere rotaristen. Anderzijds kwam de vraag in me op in hoeverre ik een meerwaarde in de huidige RL kon leveren.

De eerste gedachte overwon mijn twijfel en wat betreft de meerwaarde: Wanneer jij/u als lezer van deze RL blijft zitten met een aantal vragen die je aan het denken zet, heb ik mijn doel bereikt. Verwacht daarom dan ook niet dat ik met klinkklare antwoorden op de proppen kom, die heb ik niet. Mijn bijdrage zal bestaan uit een subjectieve verwoording van hetgeen ik langs de waterkant meemaak en uit een beredenering vanuit mijn eigen visie.

1: Beïnvloeding karpers onderling.
2: Targetvisserij.
3: Dubbelvangsten.

Tot slot heb ik nog een drietal nieuwe rotary onderwerpen waarop ik heel kort zal ingaan. Ik hoop met deze nieuwe onderwerpen voldoende stof aan te dragen voor de volgende rotaristen.

1: Het belang van een vismaat.
2: Karpervissen in wedstrijdverband.
3: Verenigingen als de KSN en het VBK.

Beïnvloeding karpers onderling:

Zoals Roy in zijn bijdrage al aangeeft, een pittig onderwerp. Roy heeft het in zijn bijdrage over de communicatie tussen vluchtende vissen en doelt daarbij op een artikel dat hij heeft gelezen over een bepaalde stof die karpers afscheiden tijdens een schrikreactie. Ik heb dat inderdaad ook al eens gelezen, en ik ben hard op zoek gegaan om het bewuste artikel terug te vinden. Helaas heb ik het nog niet kunnen vinden. Wel deel ik Roy’s mening dat het best zo zou kunnen zijn dat een karper in een schrikreactie een bepaalde stof afscheidt. Ik vraag me echter af of deze stof altijd van invloed is op andere karpers. Gezien het feit dat ik meerdere malen meemaakte dat ik binnen het kwartier op dezelfde hengel een run kreeg, en een vis ving, zou ik zeggen dat de tweede vis die gehaakt werd niet bepaald onder de indruk was van de “schrikstof” die de eerste karper zou hebben afgescheiden. Dit verschijnsel maakte ik zowel op zwaar beviste putjes mee, putjes waar karpers de klappen van de zweep wel degelijk kenden, als op wateren waar sprake van een veel lichtere hengeldruk was. Met andere woorden: Wanneer is een bepaalde “schrikstof” wél van invloed op andere karpers en wanneer niet?

Een ander voorbeeld dat volgens mij duidelijk aangeeft dat er wel degelijk onderlinge communicatie bestaat tussen vissen is het volgende. In een beek iets buiten mijn vorige woonplaats zwemt een langgerekte karper met een grote witte vlek op haar kop. Voor het gemak gaat deze vis al enkele jaren als “sneeuwwitje” door het leven. Deze vis zwom op warme dagen praktisch altijd op het midden van de beek. Je kon proberen wat je wilde, maar deze vis kreeg je heel moeilijk te pakken. Op het moment dat je een honderdtal meters verderop enkele korsten of brokken aan het oppervlak ging voeren, en deze vervolgens richting sneeuwwitje af liet drijven, begon ze koortsachtig heen en weer te zwemmen. Uit eerdere observaties bleek altijd dat ze alleen zwom, maar zodra er onraad heerste zocht ze andere karpers op. Door heel dicht langs de andere karpers heen te zwemmen en daarbij slaande bewegingen met haar staart te maken duurde het niet lang eer de aanwezige vissen ook “ijsberend” heen en weer begonnen de zwemmen. Geloof het of niet, maar in negen van de tien gevallen dat ik aan de oppervlakte vis ving op dit water was sneeuwwitje niet in de buurt. Deze vis staat niet op zichzelf bedenk ik me nu. Was er tussen HIJ en De Voorbode ook niet een dergelijke vorm van communicatie?


Toen "sneeuwwitje" een blokje om was.

Om nog even op Jo in te haken, wat betreft de spookvissen. Jo geeft al aan dat sommige vissen moeilijker vangbaar zijn dan andere. Daarnaast legt hij de link richting het aas waarop bepaalde vissen wel of niet worden gevangen. Ik ben er wel degelijk van overtuigd dat er vissen zijn die niet of nauwelijks worden gevangen. In tegenstelling tot andere personen denk ik niet dat dit altijd erg grote vissen zijn. Een grote vis wordt namelijk niet voor niets groot. Je kunt je afvragen of vissen die er nauwelijks uitkomen erg schuw zijn, gewoon veel mazzel hebben of een gering aaspakket prefereren. Allereerst zou een combinatie van de drie bovengenoemde factoren me niets verbazen. Echter, ik ga mee met Jo’s opmerking wat betreft de aaskeuze. Ik heb vissen op aardappel, wormen en mosselen gevangen die er met de huidige aassoorten nog nooit uitgekomen zijn. Nog een voorbeeld: op een zandafgraving bij mij in de buurt werden nooit echt grote vissen gevangen. Tot op het moment dat een visser en enkele jaren geleden tijgernoten introduceerde. Hij ving in één sessie twee (onbekende)zware vissen die er nog nooit gevangen waren. Nu enkele jaren later, worden diezelfde vissen regelmatig teruggevangen, maar nooit op boilies, enkel op tijgers!

Tja, en wat betreft “De Mongool”, een vis waarover Jo schrijft. Wij hadden in de plaatselijke gemeentevijver ook zo’n vis, genaamd “Boggeltje”. Ook deze vis wist ik meerdere malen binnen een korte sessie met loodsystemen of aan het oppervlak te vangen. Jo kenmerkt dit soort vissen als vraatzuchtige vissen die volledig zijn overgestapt op vissersaas. Ik zet hier mijn vraagtekens bij. Het zou me niets verbazen dat deze vissen gewoon een draadje los hebben, een storing in de hersenen.


Targetvisserij:

Over dit onderwerp is genoeg in deze RL geschreven. Mocht je niet genoeg aan deze informatie hebben, dan is er genoeg lectuur te vinden die een kostbare aanvulling zijn op deze tak van karpervissen.

Als opmerking wil ik mijn ervaring met targetvisserij aanvullen. Het afgelopen seizoen heb ik me in het najaar volledig gefocust op één bepaalde vis. Alle informatie omtrent de eerdere vangsten, het aas waarop de vis werd gevangen en de plaatst waar de vis werd gevangen had ik verzameld. Vol goede moed ging ik aan de slag en eerlijk gezegd ving ik een reeks mooie vissen, maar de target ontbrak nog altijd! Ik ving een vis die tot drie maal toe samen met mijn target boven water kwam. Hij moest gaan komen, dat kon niet missen, maar wanneer? Hij kwam inderdaad! Maar niet voor mij. Een andere jongen, die toevallig met hetzelfde aas, op dezelfde stek zat ( zonder dat hij dit wist, ’t is geen verwijt) ving deze fantastische schub.


Ik genoot minder van mijn vangsten.

Nu ik terug kijk op deze periode kan ik concluderen dat ik veel minder genoot van de vissen die ik ving, hoe mooi en sterk ze ook waren. Iedere vangst moest snel weer terug omdat ik voor een andere vis zat. Hoewel ik niet kan vissen zonder een bepaald doel voor ogen te hebben, wil ik me er dit seizoen beter bewust van zijn dat alles uiteindelijk draait om genieten.


Dubbelvangsten:

Zoals Roy al aangeeft, dubbelvangsten komen vaker voor dan je denkt. Toevallig ben ik deze winter bezig geweest met het samenstellen van een fotoboek waarin alle vissen van een bepaald water staan. Door negatieven en vangstgegevens van allemaal andere karpervissers te verzamelen, te ordenen en samen te voegen bleek des te meer dat veel vissen meerdere malen per jaar gevangen worden. Toen het boek voor een groot deel klaar was bleek dat we niet alleen met een heel oude populatie te maken hadden, maar ook met een heel kleine populatie. Aanvankelijk leek er behoorlijk wat vis te zwemmen, maar nu blijkt dat veel van deze vissen dubbelvangsten zijn. Nog een leuk detail: In het afgelopen najaar ving ik in anderhalve maand tijd drie keer dezelfde schubkarper, op dezelfde homemade boilie, op dezelfde stek!


Deze vis ving ik 3 keer in anderhalve maand tijd.

Ook op een plaatselijk riviertje hier in de omgeving leken drie hele dikke vissen te zwemmen. Na bestudering van de foto’s bleek het toch steeds om dezelfde vis te gaan. Ik denk dat veel schattingen van populaties, die gebaseerd zijn op vangstgegevens, vaak een geflatteerd beeld weergeven van de werkelijkheid. Pas na bestudering en vergelijking van foto’s kom je erachter wat er echt zwemt.

Tot slot wil ik bij de drie nieuwe rotary onderwerpen een stelling innemen. Ik doe dit in de hoop een aanzet te geven voor de volgende RL.

Het belang van een vismaat:

In mijn ogen draagt een goede, serieuze vismaat bij aan je eigen ontwikkeling als karpervisser.


Karpervissen in wedstrijdverband:

Ik vind karpervissen absoluut een individuele hobby die je niet in wedstrijdverband uit moet voeren. Je bent té afhankelijk van stekkeuze e.d. En waar blijft de rust aan het water die wij alom prijzen? Tentje aan tentje zitten lijkt me nu niet echt het toppunt van rust…


Rust van het water...

Verenigingen als de KSN en het VBK:

Het is goed om je bewust te zijn van het belang van bovengenoemde verenigingen. Samen, dus wij allemaal, kunnen we bijdragen aan een optimale uitoefening van onze hobby, in de ruimste zin van het woord.

Tot slot:

Ik hoop van harte dat het bovengenoemde aanleiding is om te reageren. Ik heb er in ieder geval van genoten om het één en ander aan het papier toe te vertrouwen en ik ben benieuwd naar de reactie van andere rotaristen. Houdt, in het geval van heftige reacties, de inleiding van deze RL goed in je achterhoofd.

Veel plezier aan de waterkant!

Groeten, Jochem.

Reageer op deze bijdrage.

Blok: Onderwerp: Auteur: Datum:
2.7

Circuitwateren, Dubbelvangsten, Targetvisserij, Inspiratiebronnen, Belang vismaat. Nieuw!

Frank Avezaat 13-02-03
2.6

Voerstrategie, Belang vismaat, Beinvloeding karpers onderling, Targetvisserij, Inspiratiebronnen, Obstakelvisserij.

Laurens Maasland
(gastbijdrage)
12-04-02
2.5 Circuitwateren, Targetvisserij, Dubbelvangsten, Obstakelvisserij Inspiratiebronnen, Intern.karpervissen. Hans-Peter van Ee 11-03-02
2.4 Dubbelvangsten, Intern.karpervissen, Obstakelvisserij, Vismaat Inspiratiebronnen, Karperwedstrijden, Circuitwateren. Chris Noorlander 19-02-02
2.3 Beinvloeding karpers onderling, Targetvisserij, Dubbelvangsten, Belang vismaat, Karperwedstrijden, Verenigingen. Jochem Overdijk 04-02-02
2.2 Dubbelvangsten, Internationaal karpervissen, Inspiratiebronnen. Johan Wuyts 01-02-02
2.1 Nieuw water, Beinvloeding karpers onderling, Dubbelvangsten, Internationaal karpervissen, Obstakelvisserij, Inspiratiebronnen. Roy Alofs 21-01-02