12-04-02 Laurens Maasland, Blok 2.6 (gastbijdrage)

Al een tijdje volg ik nu de RL van Dutchcarp. Voorheen had ik helemaal niet zo veel oog voor een RL, maar ben nu na het schrijven van een tweetal bijdragen en het aandachtig lezen van vele anderen erachter gekomen dat het een vooroordeel was.

Rotary Letters zijn razend interessant. Daarom wilde ik een gastbijdrage voor de Dutchcarp RL schrijven, om mijn mening te toetsen aan die van anderen in de hoop op een leerzame discussie achteraf. Ik behoed me nu voor een achterlijk lange bijdrage, waar ik meestal niet omheen kan om alles te verwoorden. De kracht van de Dutchcarp RL ligt volgens mij namelijk in het kort maar krachtig formuleren en aandragen van visies en denkbeelden. Genoeg geluld dus.

1: Targetvisserij.
2: Inspiratiebronnen.
3
: Obstakelvisserij.
4: Voerstrategie.
5: Belang van een vismaat
6: Beïnvloeding karpers onderling.

Targetvisserij:

Misschien moet ik eerst even mijn mening geven, om daarna te reflecteren op anderen. Ik vind persoonlijk dat targetvisserij slechts ten dele mogelijk is. Ik maak me zelfs sterk te zeggen dat targetvisserij voorkomt uit een deel arrogantie van de karpervisser zelf. Het gevoel hebben eventjes een specifieke karper uit dat bestand te verleiden tot een fout aan jouw haakaasje. Het gevoel hebben die karper wel even te gaan vangen. Grappig is dat targetvisserij in principe iets van de laatste tijd is. Tegenwoordig zijn dikwijls grote delen van een karperpopulatie bekend, en specifieke vissen zijn met hun gewoonten en aasvoorkeuren (of aasherkenning?) in kaart gebracht. In mijn visie is targetvisserij slechts in zoverre mogelijk dat je slechts het aas kan gebruiken en de stek kan bevissen waar die specifieke vis voorkeur naar heeft, of lijkt te hebben.

Een mooi voorbeeld was De Lange, een voormalig KK7/8 bewoner, een vis die met zijn fantastische verschijning een einde maakt aan dromen en illusies. Een stekvaste klant die aan een roemloos einde is gekomen, evenals meer exclusieve karpers aldaar. Dat deze vis resident was (of slechts aasde in die sector) hadden al snel veel vissers door op een dergelijk druk water. De concurrentie om die stek was moordend. Ook herinner ik mij een passage uit Karperblues, over een Nekkervis genaamd Two Tone. Een vis die bij 80 % van zijn vangsten van exact dezelfde stek kwam. Een mooi voorbeeld uit Nederland is onze eigen Recordvis. Ook deze vis heeft schijnbaar zijn gewoontes en is in de najaarsperiode specifiek te bevissen, wat neerkomt op aan de slag gaan in de sector die hij aandoet rond die periode.


Wij jagen terecht op de mooiste exemplaren die de soort ons biedt.

Persoonlijk doe ik niet aan targetvisserij. Ik heb ooit eens 1 target gehad, die ving ik, maar dat kwam op niet meer neer als zo veel mogelijk vissen van dat water proberen te vangen, teneinde meer kans te maken op die oude en exclusieve vis. Niets bijzonders dus.

Targetvisserij, weet er verder net als Roy eigenlijk weinig over te vermelden. Het is een aparte visserij waar je veel voor aan de kant moet zetten. Kan me voorstellen dat je als het ware in de huid van de vis moet kruipen, zijn gewoontes en denkwijzen in kaart moet brengen en hier op in moet spelen. Ook een beetje uit Engeland overgewaaid trouwens, dit begrip, want daar zijn ze met hun heldere wateren en unieke observatie gelegenheden veel beter in staat gericht een bepaalde vis te belagen.


Inspiratiebronnen:

Altijd is het wel iemand geweest die jou aan het vissen heeft gebracht, of voor jou de ‘drive’ erin houdt. Voor mij is het mijn vader die mij aan het vissen en later karpervissen heeft gebracht. Hij is bij tijde een zeer goede karpervisser geweest. Penvisser welteverstaan…. telt dit ook nog voor de nieuwe generatie (waar ook ik bij hoor)? Voor mij wel! Het was mijn vader die mij wees op essentiële dingen die ook nu nog van onschatbare waarde zijn. Ik denk hierbij aan uiterste stilte tijdens het (pen)vissen, het vermijden van weerstand, het gebruik van instant aas zoals aardappel. Van boillies moest hij niets hebben. Inmiddels vist hij niet meer.

Natuurlijk heb ik ook mezelf aan het vissen gebracht, wonende aan een sloot, met een verregaande interesse in alles wat zich daar onder de waterspiegel bevindt. Net zoals voor velen is ook Rini Groothuis voor mij een enorme inspiratiebron geweest. Voor mij - net als bij Chris - in de vorm van zijn tweede boek “Jacht op grote karper”, een boek die de romantiek die iedereen beleeft zo tastbaar maakt voor me. Alijn Danau is voor mij al lange tijd een grote inspiratiebron. Voornamelijk door zijn gevleugeld taalgebruik en zijn behoefte tot het opschrijven van de dingen, wat ik bij mezelf ook bemerk. Levert inmiddels al een aardig naslagwerk in de vorm van een logboek op, dat ik koester, want het bevat onder meer de beschrijvingen van vrijwel alle succesvolle sessies en gebeurtenissen vanaf 1995. Ook Terry Hearn is voor mij een grote inspiratiebron, voornamelijk om zijn doorzettingsvermogen, aparte benadering van het vissen en zijn liefde voor de Engelse karper.

Kan eveneens onmogelijk mijn bewondering voor Nederlands poëtisch karpervissend boegbeeld, Joris Weitjens onder stoelen, laat staan banken steken! Niet zo’n klein beetje onder de indruk van zijn boek, maar ook voor artikels als “Het zweepje”, “Joris en de hooligan” en met name “De zaak Simon S”. Schitterend gewoon! Puur genot om te lezen!

Zowel het schrijven over het vissen, karperbestanden en specifieke vissen in kaart brengen, karperliteratuur lezen, internet en communicatie met andere karpervissers zijn voor mij hobby’s binnen mijn hobby (passie), die eigenlijk net zo goed inspiratiebronnen zijn voor mij!


Obstakelvissen:

Het woord ‘obstakel’ zegt het eigenlijk al: een hindernis, een struikelblok dat je moet overwinnen. De karpervisser moet dit evengoed. Persoonlijk heb ik het niet zo op obstakels. Vissen in de buurt ervan is soms vragen om problemen, frustraties en beschadigde karpers. Natuurlijk, de kansen op een beet stijgen vaak recht evenredig met het in de buurt vissen van een obstakel. Mijn ervaringen met obstakels zijn niet altijd even goed geweest. Uiteraard heb je een groot verschil in obstakels. Denk maar een lelies, wier, takken, palen, boten en andere nare dingen op de bodem. Ik vind dat je zelf prima kan inschatten wanneer je kans op het daadwerkelijk binnenhalen redelijk groot is. Het is dus een verantwoording die je zelf moet nemen. Je bent het tegenover de karper ook verplicht om hier over na te denken en niet zomaar roekeloos overal te vissen waar je ook maar denkt een kansje op binnenhalen te hebben. Klinkt erg alwetend, maar zo redeneer ik nu eenmaal.

Ook ik houd wel van wat risico, maar weloverwogen risico’s. In mijn visserij is een (grondige) inspectie van de stek en de bodem haast vanzelfsprekend. Dit houd eveneens in dat je zelf redelijk kan bepalen wat je kans van slagen is. Ook ik ben door schade en schande wat wijzer geworden, vergis je niet. Laat ik meteen maar even aanstippen dat ik net als Chris eveneens een hekel heb aan het onnodig gebruik van een onverwoestbare voorslag. Past niet in mijn straatje, en eveneens niet in dit van de karper. Of wil jij het op je geweten hebben dat een karper zich vreselijk vastzwemt en zijn verlossing van die kabel moet bekopen met een vreselijk uitgescheurde mondhoek, of nog iets veel ergers? Gebruik die voorslag dus het liefst in de situaties die Chris aangeeft. Ben je dit niet van plan, dan moet je dit zelf weten, maar wat mij betreft kun je het rolletje beter aan de ANWB geven, die het prima gebruiken kan als sleepkabel als je zelf eens met autopech langs de weg staat.

Ik heb zelf nooit echt veel tegen takken gevist. Kan me ook geen rampzalig vastgezwommen karper herinneren. Wel in de lelies, maar daar kwam ik dikwijls goed weg. Natuurlijk is het benutten van een boot (in alle situaties trouwens) in je voordeel en wat mij betreft mag je met een boot net iets riskanter tussen obstakels vissen. Met name lelies. De keren dat ik een hachelijke situatie in de lelies nog heb weten te redden zijn al niet meer op 2 handen te tellen. Wiervissen is al weer een heel ander verhaal.

Het toeval wilde dat ik in de door Chris aangehaalde situatie in Frankrijk (met dat wier) er eveneens bij was. Dat hij eigenlijk alleen wilde gaan, en ik stiekem in de kofferbak gesprongen ben durf ik na 2 jaar trouwens wel toe te geven :-)


Het meer tijdens de sessie met al die wierproblemen.

De wiergroei was werkelijk rampzalig, zo dik dat het stond. Het aantal verspeelde karpers eveneens. Nog nooit zo’n slecht gemiddelde gekend als daar. Uit mijn hoofd zeg ik dat ik van de 8 aanbeten er slechts 3 daadwerkelijk ving. Hoofdzakelijk door losschieters in het wier want de bekken waren niet bijster hard. Arme Chris werd helemaal getergd door het noodlot en verspeelde al zijn aanbeten, behalve die van die rat. Wat ik nog steeds niet weet is of ik hier nu voor de gek gehouden werd trouwens…


Toch nog een torpedoschub uit die Franse wiermassa, 88 centimeter bij 18 pond.

Op stekken waarvan ik weet dat er allerlei ongein op de bodem ligt vis ik sowieso niet meer. Ik stel het welzijn van de karper liever boven een zootje verspeelde aanbeten! Vis je dan toch in de buurt dan heb ik het advies om ten eerste dicht op (liefst naast, want dan zie je de aanbeet gebeuren en dat is toch veel mooier?) de hengels te zitten en meteen Full Power te geven. Je haalt de vis dan soms uit zijn balans en evenwicht en de vis keert meteen richting oppervlakte, als je geluk heb!


Voerstrategie:

Leuk onderwerp, maar ik denk hier soms op een andere manier over. Karpervissers doen hun behaalde resultaat vaak af als een resultaat van hun benadering. Dikwijls komt hier het voeren in beeld. Opmerkingen dat iemand al zijn aanbeten rond de klok van 9 uur krijgt omdat hij rond dat tijdstip gevoerd heeft raken kant noch wal. Wij kunnen het beestje vaak niet in dergelijke mate beïnvloeden. Al bedenk ik me dat het beïnvloeden door te voeren toch verder gaat dan je zou denken, omdat je soms letterlijk een karper op je stek heb zitten wachten totdat er nieuw voer in gaat. Logisch, de karper - voor wie dat vissersvoer minder honger en meer energie met weinig moeite betekend - is een dier wat de gemakkelijkste weg neemt. 3 minuutjes boillies opzuigen levert meer op dan een half uur moddervroeten en je weet vast wel wat ik bedoel.

Het woord strategie is ongelukkig gebruikt in deze context trouwens. In het bedrijfsleven heb je eveneens 3 (denk)niveaus; een operationeel (werkvloer), een tactisch (chefs) en een strategisch niveau (management). Hoe hoger je komt, hoe langer de termijn wordt van de planningen. Ik denk dat je dit kan doortrekken naar het karpervissen. Een strategie is een planning/aanpak op langere termijn. Dat sectorvoeren van de Beats (alweer hij!) is in mijn ogen een strategie. Je karpervoer een week lang, of instant, net iets anders trachten te presenteren dan andere vissers is niets meer dan een tactiek. Tactisch voeren, ofwel voertactieken vind ik een betere benaming voor wat wij karpervissers plegen te doen: door voeren een stek interessant maken en je onderscheiden van andere vissers. Zelf ben ik dus ook eigenlijk altijd tactisch, en niet strategisch bezig. Grappig is dat ook Hans Peter dit zelfde verhaal nu uit de doeken doet.

Dit is eigenlijk het enige wat ik aan dit onderwerp zou toe willen voegen, want ik gebruik geen geheime voermethoden en de andere rotaristen hebben de gangbare gebruiken prima uit de doeken gedaan. Wel ben ik net als Hans Peter van mening dat er met het soort voer nog wel doorbraken te behalen zijn maar dit valt buiten het bereik van dit onderwerp.


Het belang van een vismaat:

Alleen of met een maat? Dat vraagstuk moet iedereen voor zichzelf bepalen. Ik ben echter wel van de mening dat wanneer vissen met meerdere personen tegelijk (zoiets is natuurlijk ondenkbaar) verboden zou worden, de wantoestanden absoluut zouden verminderen! En ik sta volledig achter deze uitspraak! Hier zit een stukje psychologie in, mensen gedragen zich in groepsverband vaak compleet anders. Ruzies worden beperkt tot 1 op 1 gesprekken die vaak compleet anders van toon zijn. Het gevoel hebben dat jij geen rekening hoeft te houden met die andere visser(s) wordt vaak versterkt als met meerdere mensen vist, je bent immers met je maat(jes) en wat kan je gebeuren? Dit is een gewaagde uitspraak en beslist niet op iedereen van toepassing maar volgens mij zit er een kern van waarheid in!


De Nederlandse rivieren zijn nog totaal onbegonnen terein voor mij.

Persoonlijk vis ik het liefst alleen. Hiervoor kan ik een waslijst aan argumenten aandragen. De voornaamste voordelen hierachter zijn dat ik het vissen en het vangen veel intensiever beleef. De mooie momenten, de rust van het tijdelijk alleen zijn en het gevoel van onafhankelijkheid zijn wat dingen die in mijn hoofd opspringen. Ook het vissen waar je maar wilt en de wetenschap dat elke run voor jou alleen is zijn punten waar ik aan denk. Natuurlijk moet iedereen dit voor zichzelf bepalen. Tijdens het begin van mijn afstandsvisserij (wat pas 3 jaar na mijn penvisserij van start ging, dit helpt je misschien begrijpen) viste ik vaak in gezelschap. Ik kon niet altijd aarden in die drukte, en rust hebben over de beviste stekken, het rumoer en de beperking van de mogelijkheden. Overigens heb ik later een tijdje zeer tevreden gevist met iemand die nog steeds een goede maat van me is, maar we neigden beide naar andere waters en we gingen visgewijs ons eigen weg.

En als ik heel eerlijk ben geeft alleen vissen mij het gevoel ‘meer’ karpervisser te zijn (voor zover dat van belang is), en ik maak me sterk te zeggen dat meer karpervissers dan je zou denken zouden stoppen met vissen indien zij het alleen zouden moeten doen. Niets mis mee, want een mens heeft nu eenmaal behoefte aan sociale contacten, maar het zegt mij wel iets over de ingesteldheid waarmee karpervissers aan de waterkant zitten. Nu ik toch eerlijk bezig ben zeg ik dat ik in de toekomst wel weer iets meer in goed gezelschap zal vissen wanneer ik mijn deel aan grote vissen gevangen heb, wanneer de spekjacht over is en mijn grote-vissen-gemoed weer wat rust heeft gevonden. Herkenbaar?


Beïnvloeding van karpers onderling:

Nu wordt het leuk, nu wordt het interessant. Uitstekend idee en super interessant onderwerp voor deze Rotary. Ik ga nu proberen om mijn visie op dit onderwerp helder en herkenbaar te brengen. Dit zal niet meevallen omdat - zoals ik bij velen al las - iedereen hier zijn eigen ervaringen mee heeft, of deze op een totaal andere manier interpreteert?

Ik ben het ten eerste eens met Marco, met zijn opmerking dat veel handelingen die de karper doet puur op instinct gebaseerd zijn. Een karper is in feite maar een simpel wezen met vaste gebruiken. Het feit dat wij vissers met de door ons veroorzaakte hengeldruk de zaken in de war gooien maakt het een stuk gecompliceerder, maar wel interessanter!

Karpers kunnen elkaar dus beïnvloeden, zo ver zijn we inmiddels. Hierbij praten we zowel over beïnvloeding in het aasgedrag als over gedrag in het algemeen. Ook ik heb treffende voorbeelden gezien van communicatie en beïnvloeding tussen karpers onderling. Ondanks dat ik echter net zoals Cor en Remko mij afvraag of je hier vangstgewijs veel verder mee kan komen, vind ik dit echt zeer interessant om te zien en om hier wat meer over af te weten.

Marco schreef dus al dat het logisch is dat een schrikreactie van 1 vis op andere hetzelfde effect heeft. Net zoals bij antilopen die een leeuw bemerken, of een groep vogels die in perfecte formatie vliegen, puur instinctief gedrag. Praten we echter over gedrag wat onder invloed van hengeldruk ontstaat, dan hebben we het over aangeleerd gedrag. Dus ook over aangeleerde schrikreacties en beïnvloeding.

Ook ben ik het eens met de stelling dat karpers dingen van elkaar overnemen. Dit gebeurt absoluut en een bewijs hiervan is dus die nieuwe populatie vissen die zo snel dat argwanende gedrag overnemen of imiteren. Vaststaand feit in mijn visie trouwens.

Ik meen mij trouwens te herinneren dat Leon Hoogendijk door in te spelen op bestaan van rangorden en schoolvormingen (ook voortkomend vanuit onderlinge communicatie en beïnvloeding?) binnen karperbestanden op grotere wateren bewust zijn voordeel deed met het vangen van de grotere vissen. Hierbij speelde hij in op het gegeven dat de grotere en oudere karpers vaker solitair of in een minder grote groep rondzwierven. Natuurlijk besefte Leon hierbij dat vissen uit zo’n groep blootstaan aan andere invloeden als karpers uit een grotere groep (meestal met meer kleinere karper).

Vangstgewijs speelt verspreid voeren (alweer de Beats) trouwens een zeer positieve rol in het kader van onderlinge beïnvloeding. De vis aast (als jij geluk hebt, of het al een tijdje goed hebt aangepakt) naar hartelust op het verspreide bed voer en de karpers nemen elkaars schrikreacties niet of minder waar. Wat ik las bij Hans Peter, dat karpers zelfs tijdens de commotie van een vangst elkaar positief kunnen beïnvloeden geloof ik echter niet.

Even terug komen op de opmerking van Jochem, dat karpers door wonden of in stress situaties een stof uitscheiden en daardoor andere karpers afschrokken. Dit was in een gesmaakt artikel van Mark van Balveren, karper en rigs, waarin dit aangehaald werd. Ik heb hier persoonlijk geen ervaring mee. Mark kennende geloof ik echter in wat hij hier schrijft, en kan me voorstellen dat dit een factor is die meespeelt waardoor op zwaar gedresseerde wateren vissen elkaar negatief beïnvloeden.

Brasems, zeelten, voorns en karpers beïnvloeden elkaar dus in het aasgedrag. Ook dat ben ik met de andere rotaristen eens. Ben ook niet verbaasd dat de meervallen van Chris zijn karpers niet beïnvloeden. Die karpers zijn dat niet gewend. Stukje gewenning dus ook, dat hier invloed op heeft, want karpers op een rivier die al hun hele leven lang tussen meervallen zwemmen laten zich wel degelijk beïnvloeden door die oerlelijke, besnorde, uit de kluiten gewassen katvissen.


Tijdens de eerste sessie op een nieuw water meteen zo'n karper, soms zit het mee!

Cor vroeg zich in zijn bijdrage af wat die Du Der vissen nu bezielde. Ik denk dat ik in bepaalde situaties (in Nederland) in ongeveer hetzelfde schuitje zat. De vissen waren simpelweg al redelijk verzadigd, maar werden wel aangetrokken door het voer. Omdat vissen bijna altijd aangetrokken worden door een makkelijke voedselbron blijven ze gewoon wachten totdat ze honger krijgen of het weer omslaat (samenhang?), waardoor ze alsnog aan tafel gaan. Wiel, ik geloof niet dat het hier om een uitbarsting van natuurlijk voedsel ging, wat precies op de stek aan de gang was. Ik heb vaak genoeg het gevoel gehad dat de vis wel in de buurt of rondom het voer lag, maar dat de omstandigheden niet uitlokten tot azen, daar is dan net iets meer voor nodig.

Ik ben er van overtuigd dat de beïnvloeding onderling (positief of negatief) voornamelijk gebeurt door lichaamstaal. Het zenuwachtige gedrag of het vluchten van soortgenoten. In hoeverre vluchtende brasems, zeelten en voorns een karper beïnvloeden weet ik niet, maar ik gok dat de invloed minder is. In het kader van een kunstmatige situatie (azen op vissersvoedsel, situatie gecreëerd door de visser zelf dus) wordt er door karpers trouwens compleet anders gereageerd en is dus die beïnvloeding ook anders. Het is sommige van jullie vast wel eens opgevallen hoe zenuwachtig karpers soms azen op een hopper vissersvoedsel. Vaak gaat dit met zenuwachtig heen en weer zwemmen gepaard en af en aan zwemmen op de stek. Dit in tegenstelling tot het azen op bijvoorbeeld muggelarven, waarbij soms de hele kop in de bodem verdwijnt en de vis rustig een tijdje op dezelfde plaats verkeerd. Compleet andere gedragingen, en dus ook compleet andere beïnvloeding.

Nu kan je eigenlijk geen algemene situatie schetsen over hoe een karper (en daarmee zijn soortgenoten) zal reageren bij het tegenkomen van ons aas. Volgens mij is dit afhankelijk van een berg factoren zoals hengeldruk, soort aas, tijdstip, plaats, tijd van het jaar, honger van de vis, aantal vissen op de stek, natuurlijk voedsel aanbod etc. Ook ben ik er van overtuigd dat karpers manieren voor communicatie hebben die wij toch nooit zullen doorgronden, zoals wellicht trillingen veroorzaakt door de zijlijn?

Om een ellenlange bijdrage hier te vermijden (kan blijven schrijven hierover) rond ik het maar af dat je visgewijs je aanpak moet afstemmen op de manier hoe jij denkt dat de karpers zich op jou water en in jouw situaties zullen gedragen. Er zal toch nooit iemand zijn die de wijsheid hierover in pacht zal hebben dus het zal voornamelijk een gevoelskwestie zijn: aanpakken zoals jij denkt de meest gunstige situatie te creëren. Soms is een aanbeet uitlokken al zo lastig dat het niet eens in je hoofd opkomt om over die verrekte beïnvloeding na te denken!


Dat was hem weer. Het was leuk om eens wat te betekenen voor de Dutchcarp RL. Bovenstaand verhaal bevat een hele hoop meningen, dus je zou het grotendeels af kunnen doen als pure “bull shit”. Zou prima kunnen. Daar is een RL tenslotte voor bedoelt toch, je mening geven? Wellicht zal je ook merken dat lang niet al die info of ideeën die hier staan van mezelf komen. Logisch genoeg, want ik lees ook boeken en magazines waar ik info uit haal! Ook ben ik benieuwd naar jullie meningen over bovenstaand verhaal. Ergens mee eens of oneens laat het mij maar weten, want een discussie achteraf is vaak het meest interessante!

Cheers, Laurens!


Reageer op deze bijdrage.

Blok: Onderwerp: Auteur: Datum:
2.7

Circuitwateren, Dubbelvangsten, Targetvisserij, Inspiratiebronnen, Belang vismaat. Nieuw!

Frank Avezaat 13-02-03
2.6

Voerstrategie, Belang vismaat, Beinvloeding karpers onderling, Targetvisserij, Inspiratiebronnen, Obstakelvisserij.

Laurens Maasland
(gastbijdrage)
12-04-02
2.5 Circuitwateren, Targetvisserij, Dubbelvangsten, Obstakelvisserij Inspiratiebronnen, Intern.karpervissen. Hans-Peter van Ee 11-03-02
2.4 Dubbelvangsten, Intern.karpervissen, Obstakelvisserij, Vismaat Inspiratiebronnen, Karperwedstrijden, Circuitwateren. Chris Noorlander 19-02-02
2.3 Beinvloeding karpers onderling, Targetvisserij, Dubbelvangsten, Belang vismaat, Karperwedstrijden, Verenigingen. Jochem Overdijk 04-02-02
2.2 Dubbelvangsten, Internationaal karpervissen, Inspiratiebronnen. Johan Wuyts 01-02-02
2.1 Nieuw water, Beinvloeding karpers onderling, Dubbelvangsten, Internationaal karpervissen, Obstakelvisserij, Inspiratiebronnen. Roy Alofs 21-01-02