Reactie Hans-Peter van Ee (19-09-01) 
Hoe karpers elkaar positief en negatief beïnvloeden.
Persoonlijk vind ik dit onderwerp een heel interessant item binnen een
rotary. Het moeilijke voor mij ligt in het feit, dat een ieder die hier aan deze rotary deelneemt, Lees meer....

Reactie Frans Randolfi. (26-06-01)
Bijzonder moeilijk onderwerp eigenlijk, aangezien alles wat wij waarnemen zich over zaken betreft die bovenwater plaatsvinden.Dus eigenlijk is alles wat hierover gezegd gaat worden speculatie, behalve dan het aquarium van Chris die  Lees meer....

Reactie Remko de Boer. (30-05-01)  
Beïnvloeding van karpers onderling.
Moeilijk onderwerp, vooral omdat we zo weinig meekrijgen over wat er onder de oppervlakte gebeurd. Soms heb je het geluk karpers te kunnen observeren.  Lees meer....


Reactie Wiel van der Straten. (19-05-01)
De karperachtigen (orde Cypriniformes) zijn in het bezit van de zogenaamde beentjes van Weber: dit zijn 4 paar beenstukjes die het inwendige oor met de zwemblaas verbinden.  Lees meer....

Reactie Marco Havelaar. (06-05-01)
Hoe karpers elkaar kunnen beïnvloeden zowel positieve als negatieve zin
Ik vind dit persoonlijk een vrij moeilijk onderwerp om hierover te kunnen oordelen.
Lees meer....

Reactie Cor Monster. (03-05-01)
Chris wat jij een mooi onderwerp vindt is voor mij meteen een lastig onderwerp om er iets zinnings over te vertellen. Zeker omdat veel wateren waar ik gevist heb het water troebel is en je dus visueel niks van het gedrag van de vis meekrijgt. Lees meer....

Reactie Chris Noorlander. (29-04-01)
Dat is een mooi onderwerp, ook omdat ik 2 weken voor ik mijn rotarybijdrage typ de beschikking heb gekregen over een tweetal spiegelkarpers....in een aquarium, en waar ik al wat punten over dit onderwerp heb kunnen observeren. Lees meer....

 

19-09-'01 Reactie Hans-Peter van Ee

Hoe karpers elkaar positief en negatief beïnvloeden.
Persoonlijk vind ik dit onderwerp een heel interessant item binnen een rotary. Het moeilijke voor mij ligt in het feit, dat een ieder die hier aan deze rotary deelneemt spreekt vanuit eigen ervaringen en observaties. 

Veeldingen die hier naar voren komen zullen of herkend worden, of als een nieuw gegeven worden gezien. Daarom zal men binnen dit onderwerp niet echt veel op elkaar kunnen reageren, maar wie weet zal mijn bijdrage wel wat vraagtekens oproepen. Wat betreft de deelname van de andere rotaritsen, die mij zijn vooraf gegaan, heb ik niet iets gelezen, waar ik aan twijfel dan wel mijn vraagtekens bijzet. Het gedrag ontleden van karpers is iets wat mij altijd al geboeid heeft.Veel gedragingen van karpers liggen ten grondslag aan de natuur van het beestje. Dat wij vissers op een gegeven moment invloed gaan uitoefenen op datzelfde gedrag is mij al regelmatig duidelijk geworden. 


Observeren is leren.

Al heel wat jaartjes mag ik graag vissen op een water waar observeren heel goed te doen is. Ook komen er altijd bepaalde constanten naar voren uit het vangen van de karpers zelf. Zo valt mij wel eens op dat het vangen van een karper niet eens een negatieve invloed hoeft te hebben op alle andere karpers die in de buurt rondhangen. De in de directe nabijheid vertoevende karpers zullen wel op de vlucht slaan maar hoe zit het met karpers die een tijdje later op de plek arriveren? De betreffende vis kan heel goed een bepaalde activiteit (de dril) hebben waargenomen wat zijn/haar ´nieuwsgierigheid´ heeft opgewekt. Op de plek aangekomen treft de vis in ieder geval vissers-voedsel aan. Dat ik op dit water om het uur regelmatig een run krijg is dus best wel te verklaren, lijkt mij. Duidelijk toch een positieve invloed waar vaak anders over wordt gedacht.

Mij is dit jaar heel duidelijk geworden, dat wij als vissers en mens juist de factor zijn, waardoor karpers zich anders gaan gedragen dan voorheen. Zelf heb ik aan den lijve mogen ondervinden wat het betekent als een water een metamorfose ondergaat,t.a.v. diepte´s, een totaal andere bodemstructuur en het verdwijnen van bijna al het natuurlijke voedsel. De totale dressuur op stekken verdwijnt en door een gebrek aan natuurlijk voedsel raakt de karper steeds meer aangewezen op het voedsel dat visser hem biedt. Keiharde geldende wetten vervallen en de vis past zijn gedrag aan de omstandigheden aan. Waar wij vroeger in een jaar hooguit 80 tot 100 runs konden noteren, zijn er dit jaar al meer dan 200 runs geweest. De afgelopen drie jaar zijn er ook een aantal ons totaal onbekende vissen op de kant gekomen, misschien een aantal eigenbroed vissen of bijgezette vissen, maar zeker ook een aantal vissen die er van oudsher huizen. De karpers op dit ´ontzielde´ water beïnvloeden elkaar momenteel duidelijk in hun aasgedrag. Vreten gaat momenteel boven veiligheid, lijkt het. Toch valt het mij wel op dat een aantal vissen die immer moeilijk te vangen waren, nu nog steeds slechts zelden op de kant komen.


Deze vis laat zich vaak positief beïnvloeden door het aasgedrag van andere karpers.

Dit soort vissen zal hun kompanen zeker negatief beïnvloeden en beïnvloedt hebben. Ook vermoed ik dat dit soort vissen slechts zelden alleen op een voerplek komen, juist de momenten dat dit soort vissen solitair azen openen perspectieven voor de visser. Dit komt vaak voor op de dagen dat vis echt los is of wanneer er zich gunstige weersomstandigheden voordoen. Ook komt er wel eens z´n ´slimmere´  vis op de kant buiten de aldaar geldende aas-tijdstippen om. In het vroege voorjaar heb ik een aantal uren kwijtgemaakt op de Zwaan. De karpers op dit water hebben het al jaren te verduren en dat is daar dan ook merkbaar aan de vissen. Eén ding is mij daar heel erg op gevallen en dat is het springen van de vissen. 

Al velen jaren leef ik met de gedachte, dat wanneer de hengeldruk toeneemt, het springen afneemt. Ik heb dat ook zelf op een aantal wateren ondervonden, maar op de Zwaan wordt er nog steeds naar hartelust gesprongen. Zo mocht ik in april tijdens een sessie aanschouwen dat een vis meerdere malen sprong op de plaats waar mij haak-aas en voer lagen. Dit leverde echter geen enkele aanbeet op en het lijkt wel, alsof het springen een ´waarschuwende functie´ heeft, voor de andere vissen. Negatieve invloed dus, en het vreemde was, dat ik dezelfde sessie toch een aanbeet kreeg van een plek, waar waarschijnlijk alleen de doordenkende visser zijn aas zou aanbieden.


Deze vis wist ik te vangen door in te spelen op zijn/haar natuurlijke gedrag.

Een aantal dingen zijn in mijn ogen echter onlosmakelijk verbonden met het positief en negatief beïnvloeden van karpers onderling, het natuurlijke leefpatroon (paai b.v.), beschikbaarheid van voedsel en de hengeldruk. Het belangrijkste voor ons de vissers is wat kunnen wij met de deze gedragingen van karpers t.o.v. onze doelstelling: ´het vangen van karpers´. Zelf heb ik door het gedrag van de vissen in te schatten weldegelijk extra vis kunnen vangen. In 1996 zat ik in een soort dal, wat betreft het vissen op karper. Ik stond met mijn gehele uitrusting, bij wijze van spreken, bij een wilg, ik hoefde de uitrusting er alleen nog maar aan op te hangen. Een aantal maten nodigde mij op een gegeven moment uit, om toch maar  weer eens mee te gaan naar een water waar zij momenteel bezig waren. Het liep niet echt bij ze, terwijl de vis wel actief moest zijn, in verband met de naderende paai. Gezien mijn geringe kennis van het water, was de eerste gedachte die bij mij opdook, dat ik moest vissen in de buurt waar de karpers zouden gaan paaien. Een goede kennis van mij had in het verleden veel gevist, op dit 90 ha. grote water, en ik besloot het hem te vragen, waar ik het beste kon gaan zitten. De volgende ochtend nette ik een mooie schub van ruim 14 kg, die duidelijk op weg was naar het gebied, waar beantwoordt moest worden aan haar jaarlijkse behoefte, het paaien. 

Hans-Peter van Ee

 

26-06-'01 Reactie Frans Randolfi

Beïnvloeding van ….

Bijzonder moeilijk onderwerp eigenlijk, aangezien alles wat wij waarnemen zich over zaken betreft die bovenwater plaatsvinden.Dus eigenlijk is alles wat hierover gezegd
gaat worden speculatie, behalve dan het aquarium van Chris die van dichtbij alles kan observeren, alhoewel ik niet denk dat vissen in “gevangenschap” hetzelfde gedrag vertonen als karpers die in het “wild” zijn opgegroeid.Op dit “wilde” zullen ook wel reacties komen want wat kun je wild noemen aan een gekweekte karper, maar dit terzijde.

Ik heb ook niet echt veel voorbeelden op te noemen van beïnvloeding, alleen een voorbeeld van het angstige wegvluchten van een enkele vis die daarna door middel van de trillingen die hij uitstuurt de rest van de groep ook attendeert op mogelijk gevaar.Volgens mij kun je de karper ook gewoon onderverdelen onder de noemer “kuddedier” oftewel als 1 van de leiders gevaar of genot (veilig voedsel) ontdekt dat dan de gehele groep massaal op de vlucht slaat.

Een treffend voorbeeld is de berkel waar ik vroeger vaak met de pen viste en altijd met zoete maïs, maar met mij nog tig karpervissers zodat de gele maïs een soort gevaarbaken was geworden en zo gauw een karper de maïs spotte de rest van de vissen die eromheen zwommen en waarschijnlijk het voer niet eens hadden waargenomen door de paniek reactie van die ene karper toch gezamenlijk op de vlucht sloegen.Dit was eigenlijk wel een van treffendste zaken die mij zijn bijgebleven, dit zal er waarschijnlijk ook mee te maken hebben dat ik vaker op het grote water vis en je daar  weinig zicht hebt op wat er op je stek gebeurd.Maar….het tegenstrijdige dit alles is dan wel weer dat als er vis op je voerplek is neergestreken en je vangt een vis dat er dan wel heel toevallig vaak van diezelfde plek zeer snel weer een vis geland kan worden.(ik praat nu over een water waar ik vis).Zou het dan soms zo zijn als de vissen aan het vreten zijn en een van hun wordt gehaakt en dat waarschijnlijk wel door een paniek reactie kenbaar maakt aan de rest van de groep, de vissen zo op het vreten zijn gefixeerd zijn dat ze alleen aan hun eigen maaltje denken en de reacties van de andere vissen voor lief nemen?

Zoals ik al aanhaalde  ik vind dit eigenlijk best wel moeilijk onderwerp waar ik weinig zinnigs over te zeggen heb…ik hoop een volgende keer beter.

Frans Randolfi

  

Beïnvloeding van karpers onderling.

Moeilijk onderwerp, vooral omdat we zo weinig meekrijgen over wat er onder de oppervlakte gebeurd. Soms heb je het geluk karpers te kunnen observeren. Iedereen heeft dat wel eens gehad, bijvoorbeeld bij het oppervlaktevissen. Hier je observaties doen heeft zeker zin en kun je er na verloop van tijd misschien wat mee aanvangen.

Ik vind het echter moeilijk de conclusie door te trekken, dat die dingen die je aan de oppervlakte ziet, ook gelden voor de bodem. Ik heb het hier vooral over de omstandigheden (warm weer > oppervlakte, kouder weer > dieper). Bij warm weer zijn vissen gewoon een stuk lomer (ze bewegen en eten minder etc.). Het zou dus best mogelijk zijn, dat als de vis actiever is, andere gedragingen naar voren komen, of dat die een stuk sterker zijn en misschien aan de oppervlakte minder (of niet) opvallen. 

Ook heb je daar nog verschillen tussen maagdelijke wateren, dresuurwater en alles wat daar tussen zit. Ook de karpers onderling verschillen weer in omgang en gedragingen t.o.v. hun omgeving en elkaar. Waar ik heen wil is dat gedragingen en beïnvloedingen van karpers (onderling) best heel interessant kan zijn, maar dat je er zo weinig conclusies uit kunt trekken. Alleen de grote lijnen kun je volgen. Verder kun je je buiten dit globale uitgangspunt verder gaan verdiepen in de gedragingen van een of een beperkt aantal vissen. Maar dit is een verhaal apart. 

Zo heb ik eens in een zijsloot van een riviertje eens wat karpers zien zwemmen (ik kon ze echt zo op de kop spugen ;). Ik kom even later met een emmertje voer en een hengel terug, met de bedoeling ene te vangen. Ik voer dus wat en ga zitten kijken. Ik zal er een anderhalf uur gezeten hebben of zo (bijna niet gevist, ik wou zien wat ze zonder lijn op de stek deden)... Hoewel er karpers over het voer heen zwommen heeft niet een er echt van gegeten. Slechts toen er enkele grote brasems op de voerplek gingen azen, werd er vlugs ook wat door de een of andere karper weggesnaaid. Verder werd er alleen maar zenuwachtig omheen gedraaid. 

Dit zul je nooit aan de oppervlakte zien. Hé, die brasems aan tafel, die op hun beurt weer invloed uitoefenen op de karper(s). Op basis van die ervaring gebruik ik bij tijd en wijle ook gerust wat kleiner voer, dat de brasem aan het eten zet, die op hun beurt... Dit werkt natuurlijk lang niet altijd, maar soms kan het echt wel meer vis in het net brengen. De strategie is bekend, dat besef ik wel, maar hij wordt maar zelden -goed- toegepast.

We hebben (of hoeven, met boilies schakel je ten slotte al een boel andere “gasten” uit) dus niet alleen rekening te houden met de karpers op een water, maar ook met andere dieren. Denk ook maar eens aan die grote rivierkreeften, ook die zouden een rol kunnen spelen in (aas-)gedrag van karpers... 

Gedragingen onderling was het hoofdonderwerp niet? Nou... in azen bijvoorbeeld geloof ik er heilig in, dat ze elkaar -sterk- beïnvloeden. Zo zal zenuwachtig gedrag het azen van andere vissen niet ten goede komen en een fanatiek azende vis juist eerder wel. Ook dit zullen de meesten onder jullie wel “weten”.

Verder zijn ook trekgedragingen, ook op kleinere wateren vaak behoorlijk synchroon. Waarmee ik bedoel, dat veel vissen (in groepsverband of niet) dezelfde routes afleggen.

Wat ook al eerder aangekaart is, is dat jonge, of nieuwe vis vaak de gewoontes overneemt van de originele populatie. Ik durf hier nog een stapje verder in te gaan. Ik heb het idee, dat die “nieuwe” vis eerder geneigd is er meer mee te doen (kunnen). Wat ik hiermee bedoel is dat ik het idee krijg, dat “die nieuwe” eerder in staat zijn die gedragingen op juistheid te testen en deze eventueel aan te passen of misschien zelfs af te schaffen. Ik schreef al “ik heb het idee”... Dit zijn ook alleen maar vermoedens, die eigenlijk nergens concreets op berusten. 

Ik persoonlijk denk dus dat het heel moeilijk is deze stof uit te diepen. Zeker de moeite tegen het resultaat opwegend is het naar mijn idee min of meer verloren tijd om het actief uit te zoeken (op gedragingen en gewoontes van individuen na dan).

Het is immers “best wel moeilijk” om vissen op de bodem te kunnen volgen in hun gedragingen. En wie zegt, dat die bij helder water hetzelfde zijn als in troebel. Of op 7 hetzelfde is als op 1,5 meter.

Daarom is er alleen uit te gaan van algemene en min of meer toevallige ervaringen (zowel in het vissen als in de observaties).

Ja, observaties... Er zijn toch een boel mensen, die niet of nauwelijks -met of zonder voer- nog voor observaties naar de waterkant gaan.

Hmm... die school vissen op die voerplek, interessant. Ik denk dat die vis geen zin in eten had (vanwege het weer???), maar het voer wel wou claimen. Later (toen voor hun de omstandigheden of de zin er wel was), zullen ze ook zonder pardoes het hele zootje schoon opgezogen hebben.   

Ter afsluiting nog dit:

Eens haakte ik een vis onder de takken, onder mijn voeten. Toen ik ‘m terug gedrild had, zag ik in z’n kielzog nog een stuk of 6-8 karpers zwemmen, die even fanatiek tekeer leken te gaan, als de gehaakte vis. (???) Dichter bij de kant gekomen waren ze verdwenen. “K vond ‘t wel apart J.

Groeten Remko.

 

De karperachtigen (orde Cypriniformes) zijn in het bezit van de zogenaamde beentjes van Weber: dit zijn 4 paar beenstukjes die het inwendige oor met de zwemblaas verbinden. Geluidstrillingen in het water worden door de zwemblaaswand opgevangen en door de beentjes versterkt naar het oor doorgegeven. Hierdoor kunnen de karperachtigen uitstekend horen. Dit is een voordeel voor:

1. de communicatie binnen een school vissen
2. het vinden van een partner

Op punt 1 wil ik terugkomen:

Denkend aan een school karpers, zwemmen de meeste karpers in groepen rond. Op het moment dat 1 of meerdere karpers beginnen te azen, is dit een teken voor een hele groep om een pas op de plaats te maken: de vissen die als een van de eerste(n) gaan azen, zijn vaak de leidende vissen. Dit hoeft niet altijd te betekenen dat de grootste vis begint met azen. Ook betekent dit niet dat de hele groep karpers tegelijk gaat azen!!!

Dit gebeuren heb ik vaker gade geslagen op tamelijk heldere parkwateren. In troebele wateren gebeurt m.i. hetzelfde. Vaak is dit te “herkennen” aan het binnen hele korte tijd vangen van karpers op dezelfde visstek.

De schrikreactie van karpers (o.a. plotselinge boeggolf op de visstek) hoeft niet te betekenen dat de karper weg is van de plek: de karper kan een enorme hoeveelheid water verplaatsen door zich een kwart slag of meer te draaien. Dit zou ook kunnen gebeuren bij het misslaan op een aanbeet. Bij losschieters van de haak echter, roept het een schrikreactie bij de karper op: “Au, geprikt” of “Gevaar”. Nu is die karper, al of niet met meerdere karpers, weg van je visstek. De andere karpers kunnen echter snel terug zijn op je stek; het maakt weinig uit of de gehaakte vis een leidende functie heeft in een groep; er zijn m.i. meerdere leidende vissen. De argwaan van de andere vissen is gewekt en het is zorg dat je deze door te voeren weer snel op je stek gaat krijgen. Meestal zijn het andere vissoorten die als eerste op je voer afkomen (o.a. brasem, voorn).

Doordat andere vis op je voerstek aanwezig is, al of niet azend, zal de argwaan van de groep karpers afnemen. Bij vele losschieters zal de karper echter leren van de gemaakte fouten en zal het betreffende aas als gevaar gaan beschouwen. We spreken dan van dressuurverschijnselen.

De echt grote, zwaardere karpers heb ik zelden bij een groepje karpers gezien …….

Reactie op leesstukje van Cor Monster:

Het blijven hangen van karpers boven de voerstek.

Het kan zijn door de plotselinge weersomslag naar goed weer, er een explosieve natuurlijk voedsel aanbod ontstaat. Dit kan in het voorjaar, zomer en zelfs in de herfst zijn. Vaak bestaat dit natuurlijke voedselaanbod uit watervlooien.

De karpers krijgen oogkleppen op: ze (vr)eten niets anders meer en proberen in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk voedsel naar binnen te werken; het voedselaanbod (zeer eiwitrijk) is slechts van korte duur.

Zo’n vreetorgie wordt ook wel voedingsrazernij genoemd. Het is m.i. toeval geweest dat dit op je visplek geweest is, Cor.

Groeten Wiel

Hoe karpers elkaar kunnen beïnvloeden zowel positieve als negatieve zin
Ik vind dit persoonlijk een vrij moeilijk onderwerp om hierover te kunnen oordelen.

Vrij vaak heb ik karpers gespot in singels en grachten hierbij viel mij altijd op dat er
een of twee karpers voorop zwemmen en dat je die karpers als eerste ziet. Meestal gevolgd de rest haast nooit zie je een andere van de populatie als eerste aankomen zwemmen. Blijkbaar zijn er dus een soort leiders of gewoon karpers die het iniatief moeten nemen. Ook indien ik ze zag azen waren er een aantal karpers die daar mee begonnen ook bijna altijd dezelfde maar nooit die voorop zwemmende vissen.

Meestal gaan ze na verloop van tijd dan allemaal azen met ook altijd dezelfde die als laatste beginnen. Frappant is dat deze laatste ook meestal de kleinste vissen zijn. De grotere dus zwaardere vissen bevonden zich in aasgedrag vooraan of in de middenmoot grotere vissen op een water lijken zich minder van andere karpers aan te trekken dan de kleinere die elkaar altijd volgen. De grotere wilden wel eens de andere kant op of een andere route kiezen. Maar uiteindelijk kwamen ze altijd weer bij elkaar uit.

Om even op het stukje van Chris te reageren betreffende het zien azen doet azen dat de karpers zich niet door de meervallen laten beïnvloeden. Dat ze elkaar aanzetten tot azen heeft iedereen die wel eens met de korst gevoerd of gevist heeft wel eens gezien. Ook kun je dan waarnemen dat de karpers ook gulziger worden indien andere witvissen de korsten willen verorberen. Zelfs op een klein voedselarm parkwater heb ik karpers zien concurreren met eenden. Zodra er eenden kwamen trokken ze de boterhammen die ze niet in een keer op konden slokken onder water zodat de eenden er niet bij konden.

Vooral in het voorjaar tegen de paaitijd zijn voorons de karpers beter te volgen omdat ze in ondieper water rondzwemmen vaker aan de oppervlakte komen. Het lijkt dan vaak of ze elkaar volgen en altijd in groepjes blijven. Ook als karpers aan de oppervlakte massaal een soort hier soms voorkomende garnaaltjes gaan pakken beginnen ze daar massaal mee. Maar om te concluderen hoe ze elkaar echt beïnvloeden is erg moeilijk het zou natuurlijk allemaal instinctief plaats kunnen vinden. Het is en blijft een beest met een simpele overlevings drang op zoek naar eten. Dat ze allemaal schrikken als er een schrikt is ook een gegeven maar vrij logisch aangezien trillingen onder water drie maal zo snel voortbewegen als dor de lucht

.In sommige dierentuinen en pretparken is het heel leuk het gedrag van karpers te observeren vooral het water in de Beeksebergen leent zich hier uitstekend voor hier zwemmen wat grotere vissen als in de meeste parken tot wel een pond of twintig en niet zo heel erg veel. Hier kan je duidelijk zien dat er karpers zijn die al snel van alles proeven en er vissen zijn die pas wat proberen als hun soortgenoten het allang geprobeerd hebben.

Dus vooral in het aasgedrag lijken ze elkaar enorm te beïnvloeden.

Dit was de bijdrage van Marco Havelaar.

http://home.wish.net/~mhavelaar/home.htm

Chris wat jij een mooi onderwerp vindt is voor mij meteen een lastig onderwerp om er iets zinnings over te vertellen. Zeker omdat veel wateren waar ik gevist heb het water troebel is en je dus visueel niks van het gedrag van de vis meekrijgt. Daar komt dan nog is bij dat het gedrag van de karper vaak wispelturig is en het vaak moeilijk is om er ook maar enig logisch verband in te ontdekken. Vaak zit er nog wel enigszins een patroon in, maar de vis kan ook ineens onverwachte dingen doen. Iets wat vissen natuurlijk wel zo leuk maakt. Al met al toch wel een interessant onderwerp.

Ik lees dat jij twee karpertjes in een aquarium hebt, ben benieuwd wat deze vissen in de toekomst gaan doen. Vaak heb ik al gehoord dat ze de pan uitgroeien, dus als je opeens twee mega vissen hebt hoor ik het wel. Maar nu verder naar het onderwerp "Hoe karpers elkaar positief en negatief beïnvloeden"

Karpers zwemmen vaak in groepjes met elkaar, waarschijnlijk geeft ze dit toch enig gevoel van veiligheid. En heeft de karper hier dus voordeel van (wellicht ook wel m.b.t. het vinden van voedsel). Bemerkt er een vis onraad en vlucht de vis dan volgt vaak heel de groep. Hier is het dus logisch dat de karpers elkaar onderling zullen beïnvloeden.

Toch wel het mooiste praktijk voorbeeld dat ik gezien heb, demonstreert duidelijk dat karpers elkaar onderling ook kunnnen beïnvloeden in het aasgedrag. Het was eind april 1995 en ik viste een sessie van 2 nachtjes. Toen ik aan het water aankwam was het opvallend om te zien dat het water glas helder was. Langs de kant waar ongeveer 2 meter water stond kon je heel duidelijk de bodem zien, iets wat normaal zeker nooit het geval was. De nacht verliep nog al rustig en ik besloot 's morgens te gaan observeren. Na een tijdje langs de kant te hebben gelopen zag ik een aantal karpers evenwijdig aan de oever zwemmen. Rustig meelopend langs de kant kon ik ze een 150 meter volgen. Ze zwommen zelfs onder mijn hengeltoppen door en na een aantal meters verder verdwenen ze richting de midden. Ik zag hetzelfde ritueel die dag nog een aantal keren. Steeds doken ze op dezelfde plek op en verdwenen ook steeds weer op dezelfde plek. Het waren ook niet steeds dezelfde groep karpers. Hoe bedoel je vaste trekroutes?

Het was tijd om een val op te zetten. Ik verkruimelde wat boilies en voerde deze precies op een plek waar de vis steeds langs kwam. Gooide er nog wat hele bolies bij om het voerbedje compleet te maken. Perfect lagen ze erbij, je kon de boilies duidelijk zien liggen. Nu maar hopen dat de karper ze ook zou bemerken. Ik draaide een hengel binnen, monteerde een nieuwe boilie en liet het zaakje zakken op het voerbedje. Nu maar afwachten wat er zou gebeuren. Na een tijdje zag ik ze aankomen: een spiegel van rond de 15 kg, een lange schub van ongeveer 13 kg en twee kleinere schubkarpers die hooguit 14 pond waren. Langzaam kwamen ze richting voerplek aanzwemmen. Tot mijn stomme verbazing stopte de vissen en de grote spiegel dook meteen richting de bodem en ging met zijn bek richting een boilie. Ik was ervan overtuigd, ik zou hem gaan vangen. De andere vissen bleven gewoon stil liggen en maakte duidelijk geen aanstalten tot eten. Ineens zwom de lange schub verder en alle andere karpers volgden hem meteen. Ja daar stond ik dan, what the hell was happening..... Het was net alsof die schub de aanvoerder van het groepje was en de andere kenbaar maakte van: we gaan hier niet eten, maar we gaan verder.


De spiegel die wel enkele boilies wilde!

Sinds dit voorval was het me wel duidelijk. Karpers kunnen elkaar op een of andere manier ook in het aasgedrag beïnvloeden. Hoe (?), ik heb geen idee, maar dat het gebeurd staat voor mij wel vast. Waarschijnlijk is het gewoon instinctief gedrag waardoor de karper zich laat drijven. En het spreekwoord van: "als er een schaap over de dam is dan volgen er meer" gaat dan zeker op. Of te wel gaat er een karper vreten dan is dit vaak een teken voor de andere vissen. Maar andersom kan het net zo goed, wordt er een vis nerveus dan kan dit ook zijn soortgenoten beïnvloeden. Iets wat jij ook al in je aquarium kon waarnemen Chris.

Jij spreekt ook van dat pas uitgezette karpers het aasgedrag van hun oudere soortgenoten, die er al een tijdje inzaten, over hebben genomen. De "nieuwe" vissen zijn in het begin meestal makkelijk te vangen, maar na een tijdje maakt is er meestal geen verschil meer tussen de "ouwe" en de "nieuwe". Ik denk inderdaad ook dat karpers dingen van elkaar kunnen "afkijken".

Maar ja, je kan er eindeloos over blijven discussieren, terwijl je er in de praktijk als karpervisser toch nauwelijks invloed op uit kan oefenen. Elk water is weer anders en heeft zo zijn eigenaardigheden, dus wat moet en kan je ermee? Kom je van dit soort dingen te weten (en dit kan natuurlijk van alles zijn) over een bepaald water dan kun je altijd je vismethoden hier enigzins op aanpassen. Persoonlijk denk ik dat vaak de grootste kracht van het karpervissen er in schuilt om de karper zoveel mogelijk vertrouwen in het aas te geven. Ben je hierbij dan ook nog is ook op de juiste plaats en tijd dan is vangen vaak zo makkelijk en kun je nauwelijks wat fout doen.

Om het onderwerp wat meer te verbreden, maar eens een ander vreemd voorval van gedrag van de karper wat me altijd bij zal blijven. Het heeft wellicht niet echt te maken met beïnvloeding van karpers onderling, maar zeker wel met het gedrag van de karper. Het was in augustus '92 en samen met Marco ging ik voor het eerst op Lac du Der vissen. Het water was nog nauwelijks bekend en we wisten niet eens of er wel karper zwom. Maar na nauwelijks een uur vissen kregen we al de eerste aanbeet (wel na eerst 12 uur lang het hele water te hebben bekeken). Dit ging zo 2 nachtjes door, maar toen veranderde de weersomstandigheden. Van bewolking en regen sloeg het om naar helder zonnig weer. De aanbeten bleven ineens de 3e nacht uit, maar dat er die nacht om de 5 minuten een karper sprong rond de markers is echt niet overdreven. 's Ochtends eenmaal licht geworden was er een schouwspel bij de markers te zien wat ik nauwelijks kon geloven. Er lagen minimaal 50 karpers aan de oppervlakte en allemaal in een straal van 15 meter rond de voerplek. Even voor de duidelijkheid, het was geen mega voerplek, maar meer een bescheiden voerstekje van hooguit 200 boilies en een paar kilo particles. Gezien het aantal karpers zouden ze dit binnen een paar tellen weg kunnen vreten. Verder was er in de omgeving geen teken van leven op het water te zien.


Springen deden ze wel, bijten nauwelijks.

De vis had dus duidelijk het aas opgemerkt maar maakte totaal geen aanstalte om naar beneden te duiken en te gaan vreten. Waarom bleven deze vissen boven de voerplek hangen, iemand misschien enig idee? Vaak is me al opgevallen dat met helder en zonnig weer de vis wel aanwezig is rond het aas, maar nauwelijks te vangen is. Slaat het weer om naar bewolking (vaak gepaard met regen en wind) dan komt de vis vaak "los". Wat zou hier een reden van kunnen zijn? Of heeft iemand totaal andere ervaringen?


Dat is een mooi onderwerp, ook omdat ik 2 weken voor ik mijn rotarybijdrage typ de beschikking heb gekregen over een tweetal spiegelkarpers....in een aquarium, en waar ik al wat punten over dit onderwerp heb kunnen observeren. Ik begin maar buiten, aan de waterkant. Ik vind het best belangrijk om rekening mee te houden met het feit dat karpers elkaar beïnvloeden. En dan als karpervisser natuurlijk vooral het beïnvloeden van aasgedrag en schrikreacties. Deze beïnvloeding zal vooral visueel zijn.

Als een karper zijn soortgenoot ziet vreten,en het liefst ook nog ongegeneerd en zonder remmingen,dan zal het echt niet zo lang duren tot hij zelf ook begint,tenzij hij even totaal geen honger heeft. Zoals iedereen nu wel weet sta ik hier bij de plaatselijke karperput zeer regelmatig vanaf een brug die over een ondiepe zijsloot gaat karpers te kijken. Je ziet werkelijk hoe de karpers elkaar beïnvloeden: Als er een paar handen voer in de sloot is gestrooid dan duurt het niet zolang totdat de eerste karper er -meestal behoorlijk voorzichtig- gaat vreten. Er komt nog een hoop gemok en gespuug aan te pas voordat ie pas echt begint met schranzen. Komt er in dit stadium een tweede karper....dan duikt ie er zo bovenop. Zonder remmingen, met oogkleppen. Zo zie je dus ook duidelijk hoe belangrijk die eerste karpers op je stek kunnen zijn.

Met het oppervlaktevissen is die beïnvloeding zo goed zichtbaar. Soms zit je aardig lang te wachten nadat je een paar stukken brood tussen een groepje karpers hebt geschoten. Maar als er ook maar ééntje een hap neemt....dan volgt de rest binnen no-time! Hoe ze mekaar hier beïnvloeden? Door het geplons,gespetter en geslurp misschien in een later stadium,maar ook weer vooral visueel lijkt me. Minder leuk voor ons is dat karpers elkaar ook negatief beïnvloeden. Vooral het ontstaan van een schrikreactie omdat er 1 is gehaakt,vind ik persoonlijk niet zo prettig. Ook hier zal het vooral wel weer visueel gebeuren, maar misschien helpt de ontstane verplaatsing van het water ook behoorlijk mee. Zonder dat we het merken gebeurt er natuurlijk ook van alles op de voerstek. Stel dat er een karper aanwezig die het door een bepaalde reden niet meer vertrouwd, en nerveus wordt. Hoogstwaarschijnlijk zal deze vis een aantal andere aanwezigen ook 'aansteken'

Op een water hier in de buurt lijkt het ook wel dat pas uitgezette karpers het aasgedrag van hun oudere soortgenoten -die er al een tijdje inzaten,en die ook al meerdere keren met karpervissers in aanraking zijn geweest- over hebben genomen. Tenminste, toen de nieuwe karpers er nog net inzaten en de meeste nog niet zijn gevangen heb ik gezien en gemerkt dat ze toch wel vrij onrustig op boilies aasden. (Ik hoop dat een volgende rotaryschrijver hierover nog veel meer kan vertellen)


"Nu maar hopen dat ie niets tegen zijn vriendjes gaat zeggen"

Dan mijn aquarium.

Er zitten 2 soorten vissen in: een 8-tal pantser-meervallen, en 2 spiegelkarpers van een centimeter of 10. Ik heb gemerkt dat de 2 karpers onder elkaar behoorlijk beïnvloedbaar zijn. Als er 1 gaat zwemmen,dan volgt de 2e op de voet (vin) en als er 1 gaat eten,dan begint de ander ook meteen. Als er 1 wat nerveus is,dan is de ander dat ook. Het is me opgevallen dat één van de 2 karpers meestal het initiatief neemt,bijna altijd is dat dezelfde. Alsof hij beslist wanneer er rondjes gezwommen worden, of wanneer het lunchtijd is. Hij begint ook altijd als eerste met vreten. Ook heb ik gemerkt dat, (wanneer ik voor het glas zit,en de vissen daardoor wat nerveus zijn) de andere sowieso gaat azen als de initiatiefnemer gaat azen,maar wanneer de pantsermeervallen met zijn 8-en aan het vreten zijn voor het glas…worden geen van beide karpers beïnvloedt door het azen van deze acht vissen. Soms gaat de ‘initiatiefnemer’ alsnog azen, natuurlijk weer direct gevolgd door die ander, maar dat kan ook net zo goed gebeuren als de meervallen weer vertrokken zijn. Of soms ook helemaal niet. De wat “bangere” karper laat zich dus steeds overhalen door zijn soortgenootje, maar nooit door 8 in het zand woelende meervallen.

In de praktijk is daarentegen al meer dan eens gebleken dat een groepje brasems op de stek helemaal zo slecht niet is.